Menu
sluiten

Het witte bietencystenaaltje Heterodera schachtii is een witachtige worm van ongeveer 1 mm lang die zich in de grond verplaatst. Hij kan zich vasthechten aan de wortel van de biet en zich voeden met de inhoud van diens cellen.

Dit leidt soms tot de woekering van wortelharen ten koste van de biet.

Symptomen

De symptomen van een besmetting met het witte bietencystenaaltje verschijnen in de vorm van beperkte haarden in het perceel:

1. Aan de bladeren

  • vanaf juni een verwelking
  • die kan evolueren tot een geelverkleuring
  • en eventueel het afsterven van de buitenste bladeren

2. Aan de wortel

  • de wortel is weinig ontwikkeld
  • in zijn plaats worden er soms wortelharen gevormd
  • waarop men kleine witte of bruine citroenvormige cysten ziet.

Verspreiding

Het verplaatsingsvermogen van de nematode in de grond is betrekkelijk laag. Maar de cysten kunnen verspreid worden via water (neerslag, afvloeiing, irrigatie enz.) en het verplaatsen van grond (erosie, grondbewerking, rooien). De weersomstandigheden die gunstig zijn voor de ontwikkeling van de parasiet zijn een vochtige lente (vermeerdering) en een droge zomer (zichtbaar worden van de schade), evenals hoge grondtemperaturen.

Momenteel is deze parasiet één van de belangrijkste bietenplagen: hij kan grote rendementsverliezen veroorzaken, hoofdzakelijk door de wortelopbrengst en een toename van de grondtarra. Men treft hem overal ter wereld aan, en in Europa in het bijzonder in bietenstreken met een korte gewasrotatie en een gewasrotatie die waardplanten van de parasiet bevat.

Bestrijding

De bescherming van de biet tegen het bietencystenaaltje moet vóór alles bestaan uit agronomische bestrijdingsmiddelen:

  • verlenging van de gewasrotatie (van 3 tot 5 jaar)
  • vroege uitzaai
  • waardplanten binnen de gewasrotatie vermijden (gekweekte soorten: bieten, spinazie, koolsoorten en koolzaad; soorten die dienst doen als tussenteelt: witte mosterd, radijs en enkele peulgewassen; tal van onkruid)
  • zaaien van een nematicide kruisbloemige als tussenteelt

In bepaalde gevallen kan men gelijktijdig ook een dubbeltolerante variëteit rhizomanie-nematode zaaien. In Frankrijk raadt het ITB aan om een dubbeltolerante variëteit rhizomanie-nematode te zaaien als men het volgende vaststelt:

  • een voorgeschiedenis van een lager rendement ten opzichte van het lokale gemiddelde
  • symptomen op de bladeren die wijzen op een magnesiumtekort
  • verwelking tijdens de warmste uren van de dag
  • de aanwezigheid van cysten, indien mogelijk bevestigd door een nematologische analyse

Technische fiche

Download